Diagnose
|
Referentiewaarden glucose (mmol/l) voor het stellen van de diagnose DM |
Capillair bloed |
Veneus plasma |
|
|
Normaal |
- nuchter glucose |
< 5,6 |
< 6,1 |
|
Gestoorde glucose |
- nuchter |
≥ 5,6 en ≤ 6,0 |
≥ 6,1 en ≤ 6,9 |
|
|
- nuchter glucose |
> 6,0 |
> 6,9 |
De diagnose Diabetes Mellitus mag pas worden gesteld nadat het vermoeden daarop, ontstaan door vinden van een verhoogde waarde, binnen 1 week is bevestigd door een nuchtere bepaling in veneus bloed.
Wanneer deze bepaling in veneus bloed ≤ 6.9 mmol/l is, wordt na 3 maanden de bepaling nuchtere glucose in veneus bloed herhaald. Is deze ≤ 6.9 mmol/l: dan jaarlijks glucose nuchter bepalen.
Niet nuchtere waarden tussen 7,8 en 11,0 mmol/l laten, daar zij sterk beïnvloed worden door tijdstip en samenstelling van de laatste voeding, geen duidelijke conclusie toe. Aanbevolen wordt in voorkomende gevallen de glucosebepaling enkele dagen later in nuchtere toestand te herhalen.
Diagnose


