Behandeling hypertensie

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

De bloeddruk wordt gemeten zoals vermeld in de NHG-Standaard Cardiovasculair Risicomanagement (blz 4). De streefwaarde is: SBD < 140 mg Hg.

Niet-medicamenteuze therapie

  • beperken natriumgebruik
  • verbeteren van de voeding
  • reductie lichaamsgewicht
  • verhogen lichamelijke activiteit
  • stoppen met roken
  • verminderen alcoholgebruik

Medicamenteuze therapie

  • Bij de medicamenteuze therapie van hypertensie bepaalt men of er sprake is van albuminurie aan de hand van de albumine/creatinine ratio in de ochtendurine.

Bij normoalbuminurie

  • Stap 1

start, (indien het serumkalium >3,5 mmol/l) met een thiazide diureticum (max.12,5 mg hydrochloorthiazide of chloortalidon)

  • Stap 2

toevoegen van een ACE-remmer of, als deze niet wordt verdragen, van een AII antagonist. Verhoog deze tot de streefwaarde bereikt is of de maximale dosering bereikt is.

  • Stap 3

toevoegen van een calciumantagonist of een selectieve betablokker

Voor informatie over bovengenoemde medicatie zie overzicht medicatie.

Bij microalbuminurie

  • wissel stap 1 en stap 2

Er wordt afgeraden meer dan drie soorten antihypertensiva tegelijkertijd voor te schrijven, ook al wordt de streefwaarde niet geheel bereikt. Tijdens de instelling van de antihypertensieve behandeling wordt de bloeddruk twee- tot vierwekelijks gecontroleerd. Voordat en twee weken na starten van een ACE-remmer of AII-antagonist wordt de nierfunctie bepaald.

Noot: 24 -uurs bloeddrukmeting of thuismetingen

Bij een ambulante bloeddrukmeting meet men gedurende 24 uur enkele malen per uur de bloeddruk met een automaat en verkrijgt men inzicht over het verloop van de bloeddruk in het etmaal, de aanwezigheid en frequentie van hypertensieve episodes en de gemiddelde bloeddruk.

Bij een thuismeting verkrijgt men gegevens van de door de patiënt zelf gemeten bloeddruk in een week. Beide metingen sluiten het z.g. "witte jassen effect" uit , maar kunnen geen eenduidige voorspelling geven over de kans op hartvaataccidenten en overlijden op de langere termijn, omdat hierover nog niet voldoende gegevens bekend zijn. De interpretatie van deze metingen is dus lastig, maar op geven wel een goede indicatie van de ernst van de hypertensie, zeker bij twijfel.